Kerngedachte

Kerngedachte is dat reken-wiskundeonderwijs zinvol en betekenisvol moet en kan zijn voor de zml leerling. Het moet zinvol zijn tijdens het leren van 4 tot 20, maar ook zinvol met het oog op redzaamheid in het dagelijks leven (wonen, werk, vrije tijd) nu en in de toekomst.

Dit gegeven stelt hoge eisen aan: 

  1. Wat er aan rekenen-wiskunde zml geleerd en onderwezen zou moeten worden. 
  2. Hoe dat kan worden vormgegeven en in de praktijk gerealiseerd.

Op deze fundamentele vragen zijn door het project rekeboog.zml onderbouwde antwoorden gegeven. Wat er geleerd en onderwezen zou moeten worden is terug te vinden in kerndoelen, leerlijnen en lessen. Uit achtergronden en de lessen zelf komt een concreet beeld naar voren hoe een en ander in de praktijk te realiseren is.

In de eerste fase van het project ging het vooral om het zoeken naar, het ontwerpen van, en intensief op kleine schaal uitproberen van betekenisvolle contexten en activiteiten die passen bij de leef- en ervaringswereld van de zml-leerling. Dat de wereld van de leerlingen er op verschillende leeftijden steeds anders uitziet, terwijl hun reken-wiskundevaardigheden zich niet in eenzelfde tempo ontwikkelen, maakte het werk moeilijk maar ook boeiend. Door observaties en gesprekken met leerlingen, leraren, begeleiders en soms ouders kregen we daar grip op.

In de tweede fase verbreedde het ontwikkelwerk zich naar andere curriculumaspecten zoals doelen, leerlijnen, niveaus en differentiatie. In die fase zijn meer scholen, leraren en andere deskundigen bij het project betrokken.

Pas nu anno 2013, in een derde fase, is er sprake van een geleidelijke, verantwoorde implementatie op de scholen voor zml. Aan een aantal belangrijke randvoorwaarden daarvoor is namelijk inmiddels voldaan. Denk daarbij aan de beschikbaarheid van leerlijnen zml, bruikbare onderwijsleermiddelen, een passende didactiek en ruime praktijkervaring. Vooralsnog heeft de feitelijke implementatie op veel scholen vooral het karakter van adoptie. Enthousiaste leraren, begeleiders en scholen adopteren (delen van) de lessen, passen deze aan en integreren dit in hun onderwijsaanbod. Positieve reacties van leerlingen stimuleren hen om vaker rekenbooglessen te geven.